daily-paper-featured

De kracht van Daily Paper

Het verhaal van Daily Paper is één van de, op papier, minst logische die ik tot nu toe heb gecoverd. We hebben het hier over drie vrienden die, zonder enige ervaring in fashion, besloten om een brand op te zetten en die eigenlijk razendsnel van de grond kregen. Een brand die uiteindelijk uitmondde tot een begrip in de streetwearcultuur en samenwerkingen aanging met o.a. Yellow Claw. Deze samenwerking leidde tot de belachelijk succesvolle Blood For Mercy lijn, die gedragen wordt door zo’n beetje elke DJ ter wereld.

Daily Paper veranderde van een blog met vijf eigen T-shirts naar een sterkhouder die voor een breed scala aan dingen staat, waarbij Afrika uiteraard de meest in het oog springende is. Wij spraken de drie founders Hussein Suleiman, Abderrahmane Trabsini en Jefferson Osei over vriendschap, angsten, heritage en dromen.

JHOO_DP_20150904_0045(Good)

LUDACRIS

For y’all who don’t know: Daily Paper was oorspronkelijk een blog, geïnspireerd op de dubbelzinnigheid van een Ludacris’ line uit ‘Mouths To Feed’: ‘Can’t keep up with the news, but I get that Daily Paper’. Die line is kenmerkend voor het begin van de blog, daar de jongens zich niet per sé lieten leiden door wat hot was, maar meer naar wat zij zelf vonden.

“Het was voor ons een lifestyle blog, maar dan wel vanuit onze point of view. We behandelden niet alleen fashion, maar alle dingen die we tof vonden”, vertelt Hussein. Dat ging goed, maar wat eigenlijk nog veel beter ging waren de shirts die het collectief maakte om de blog meer aandacht te geven.

“We merkten dat de T-shirts eigenlijk meer aandacht kregen dan de blog”

“Mensen bleven ons maar vragen om die shirts”, begint Abderrahmane. “We merkten dat de T-shirts eigenlijk meer aandacht kregen dan de blog, dus wij maakten er meer van. Toen is eigenlijk de beslissing gevallen om te stoppen met de blog, de energie zat daar niet echt meer in, en ons te focussen op de shirts.”

En zo geschiedde. Twee jaar lang waren de jongens in relatieve stilte bezig. Researchend. Plottend. Tot daar in 2012 de eerste collectie was, bestaande uit vijf shirts. De outlines voor de samenwerking waren gemaakt: Abderrahmane doet de designs, Jefferson houdt zich bezig met sales en Hussein focust zich op de marketingstrategie. Vrijwel alles wordt binnen het team gehouden, dat inmiddels verder bestaat uit freelancers, stagiaires en een paar vrienden, een bedrijfsstructuur die erg kenmerkend voor de filosofie van de brand is.

Maar in 2010 was dat team er nog niet en stond het idee voor Daily Paper in de kinderschoenen – het is dan ook niet meer dan logisch dat het twee jaar research kostte voor de eerste collectie verkrijgbaar was.

JHOO_DP_20150904_0030(Good)

FOLKLORE

Die researchfase was nodig. Geen van de boys had enige achtergrond in fashion, behalve het consumeren ervan. Abderrahmane heeft een achtergrond in grafisch vormgeven, Hussein heeft Bouwkunde en International Business gestudeerd terwijl Jefferson bezig is met sportmarketing. Wat zij dan wel hebben? Een eigenaardige visie op mode en een sterke affiniteit met waar zij vandaan komen.

“Als wij gingen winkelen en we zochten iets dat ons herinnerde aan onze achtergrond, dan was dat er bijna niet”, zegt Jefferson. “Het bestond wel, maar dan was het meer een soort folklore.”

 “Vroeger was het echt niet cool om Afrikaans te zijn.”

Daarmee doelt Jefferson op de onmogelijke missie om eerlijke producten uit de windstreken waar de boys vandaan komen. Jefferson komt, zoals zijn Instagram naam doet vermoeden, uit Ghana. Abderrahmane uit Marokko en Hussein uit Somalië.

“Afrika was niet iets waar mensen mee geassocieerd wilden worden, zeker niet in Nederland”, vult Hussein aan. “Vroeger was het echt niet cool om Afrikaans te zijn. Ik ga niet voor je liegen, als mijn moeder me kwam ophalen van school dan kwam zij echt niet in een broek en T-shirt.”

Hussein gaat verder: “Ik schaamde me daar vroeger wel een beetje voor. Ik kom uit Heerhugowaard, een white surrounding, als mijn moeder dan op het schoolplein stond in haar kledij dan was dat altijd een ding. Daar ging ik een tijdje moeilijk mee om, maar na een tijdje veranderde dat in trots. Dit is wat wij dragen. Wie wij zijn.”

HERITAGE

Die trots kwam erg duidelijk terug in de eerste paar collecties van Daily Paper, waar het voornamelijk om de prints draaide. Prints die de boys tof vonden, maar die ook erg duidelijk terug linkten naar Afrika.

Abderrahmane: “De eerste drie/vier collecties draaide om een print die we tof vonden, tegenwoordig gaan we abstracter te werk. Bij S/S 2016 gaat het over het logo, wat op een abstracte manier wordt uitgelegd. Niet alleen maar full printed shit – het hoeft niet altijd all over Africa te zijn, zolang het maar een Afrikaanse backbone heeft.”

“Wat wij proberen te doen is vertalen”

En dat heeft het. Afrika is weer cool en Daily Paper hoopt daar aan bij te dragen, maar dat is niet de missie an sich, zegt Hussein. “Wij zijn nu op zo’n level dat wij deels kunnen uitmaken wat kids in Amsterdam gaan dragen. Als dat iets kan zijn waardoor onze heritage cool gaat worden, dan waarom niet?”

Jefferson beaamt dat. “Wat wij proberen te doen is vertalen. Eerst deden we dat door een print, die vertelde het verhaal, maar de silhouetten waren niet zo spannend. Door die print sprongen wij eruit, maar op een gegeven moment moet je je ontwikkelen als brand, een completer concept thema bedenken.”

JHOO_DP_20150904_0024(Good)

SUPREME

Die regel geldt niet alleen voor Daily Paper, maar voor de staat van Nederlandse fashion in het algemeen. Die staat, laten we eerlijk wezen, nog relatief in de kinderschoenen. Maar, “dat gaat veranderen”, glimlacht Hussein. “Amsterdam gaat één van de hardste modesteden ter wereld worden.”

“Ik durf te wedden dat er binnen nu en 3 jaar een Supreme winkel in Amsterdam staat.”

Kijk alleen naar het afgelopen jaar. In een jaar tijd is er een JD Sports gekomen, een Size? gekomen, een ETQ store, het jaar daarvoor kwam er een Oqium in Amsterdam, een Maha… Dit is in één jaar tijd – en dan vergeet ik er waarschijnlijk nog heel wat. Het zal niet lang duren voordat andere brands hier flagship stores gaan openen.”

Bevestigend knikt Abderrahme zijn hoofd. “Ik durf te wedden dat er binnen nu en 3 jaar een Supreme winkel in Amsterdam staat. Er is er eentje in Parijs, de volgende is in Amsterdam.”

BLOOD FOR MERCY

Een collabo die Daily Paper wel aanging was die met Yellow Claw, wat resulteerde in de Blood For Mercy lijn. Een collectie die inmiddels meer een eigen brand is dan een onderdeel van. Huzane: “Ik ken elke videoclip die Jim van Yellow Claw heeft gemaakt. Toen hij net begon met Yellow Claw stuurde hij ons al een berichtje, dat we misschien iets samen konden gaan doen.”

“Ik weet nog dat ik met Appie in een vliegtuig zat naar China”, gaat de verantwoordelijke voor de marketing van de brand verder. “Daar besloten we dat we met Yellow Claw in zee gingen. Die maandag hadden we een meeting met ze, midden in de nacht in het Lloyd Hotel. Jim kwam net terug van een booking dus toen spraken we ergens ‘s nachts af in een lobby van een hotel, alsof het één shady zakendeal was.”

“Veel andere labels zouden moeite hebben gehad om zichzelf staande te houden bij een collaboration met een partner als Yellow Claw”

Inmiddels draagt zo’n beetje de halve DJ wereld de gear van Daily Paper en Yellow Claw. “Veel andere labels zouden moeite hebben gehad om zichzelf staande te houden bij een collaboration met zo’n partner. Yellow Claw is heel erg uitgesproken – maar dat zijn wij ook. Daarom kan Daily Paper blijven voortbestaan zonder dat mensen in de war raken, mensen zien het verschil tussen een DP collectie en een Blood For Mercy collectie.”

Of er soortgelijke samenwerkingen met andere artiesten komen betwijfelen de heren. Abderrahmane denkt niet dat het op die schaal gebeurt. “Niet zoals we het doen met BFM. Er gaan wel heel veel leuke dingen mét Blood For Mercy komen. BFM is nu Daily Paper x Yellow Claw, je zal niet zo snel meer Daily Paper x willekeurige artiest zien. Maar je zal wel Blood For Mercy x willekeurige artiest gaan zien.”

HETZELFDE RONDJE

Wie de jongens volgt op Instagram en Snapchat ziet op het eerste oog bijna dezelfde taferelen als die je ziet bij het volgen van Yellow Claw: heel veel buitenland. Maar schijn bedriegt, zegt Huzane. “Mijn grootste angst is om mijn interesse in dit allemaal te verliezen. We zitten nu zo’n drie jaar serieus in dit modeding. Ik kan me nog herinneren dat de eerste keer dat ik naar een modebeurs ging ik die shit keihard vond en dat ik er zoveel inspiratie vandaan haalde. Nu heb ik dat rondje al twintig keer gemaakt. Elke Fashion Week – New York, Parijs, Berlijn, Milaan.”

“Vroeger was die shit als een attractiepark”, bevestigt Abderrahmane. “Nu komen wij daar voor business. ‘Oh leuk, Bread and Butter!’ Nee, nu willen we gewoon husselen. Over 10 dagen gaan we naar China, dan zeggen mensen vaak ‘have fun’. Niks fun. Je eet slecht, je slaapt slecht, je staat meer dan 10 uur in een fabriek, constant stoffen aan het voelen tot je vingertoppen gevoelloos zijn. Alles voelt na een tijdje hetzelfde. Het is gewoon bikkelen.”

“We willen flagshipstores in de landen waar we vandaan komen”

Toch blijft het reizen een belangrijk onderdeel en zal dat ook zo blijven. “Ik wil heel graag een eigen retailconcept opzetten, met flagshipstores in de landen waar we vandaan komen,” zegt Huzane. “We willen heel graag een Made in Africa lijn opzetten, waarbij alle productie in Afrika wordt gedaan. dat gebeurt gewoon niet. Wij hebben over de jaren heen veel geleerd over kleding maken en wij weten dat wij een verschil kunnen maken in Afrika, die kans moeten we dan ook gewoon aangrijpen.”

“Wij baseren al onze ontwerpen op de kleding die onze ouders en onze grootouders droegen. Wij willen daar voor staan. Dat is wie wij zijn.”

JHOO_DP_20150904_0060(Good)

EIGEN ROOTS

Dat die flagshipstores er gaan komen betwijfel ik niet. Doorzettingsvermogen staat centraal bij Daily Paper. Begonnen met vijf T-shirts, zonder dat een enkel lid een fashion-gerelateerde opleiding volgde. “De manier van hoe wij mode hebben benaderd is vanuit een do it yourself mentality,” lacht Huzane. “Alles staat op Google en YouTube. Je hoeft niet naar het AMFI ofzo te gaan, zolang je maar zelf weet wat je wil doen.”

Daar liggen de strengths van Daily Paper; het doorzettingsvermogen en het verhaal wat daarmee verteld wordt. “Iedereen kan zich relateren aan ons, zelfs als je niet Afrikaans bent.” vult Abderrahmane aan. “Het principe heritage spreekt iedereen aan, het zorgt ervoor dat je terugkijkt naar je eigen roots, no matter waar die liggen. Dat is onze kracht.”

Tekst: Yannick de Keijzer
Beeld: Jonathan Hoost