knuffelen

Er is wetenschappelijk bewijs voor waarom knuffelen zo fijn is

Zelfs de meest onbreekbare mannen knuffelen het liefst lepeltje-lepeltje met hun partner. Beloofd. Al kauw je op bijen, in plaats van dat je een potje honing uit het AH-schap haalt: iedereen valt voor een lekkere kroelsessie. De wetenschap geeft hier dus een verklaring voor.

Tijdens het knuffelen komt namelijk het stofje oxytocine vrij, oftewel het liefdeshormoon. Het geeft je een gelukzalig gevoel, zonder dat je daarvoor hoeft te bungeejumpen of naar jezelf op zoek hoeft te gaan in Tibet. Oxytocine geeft een gevoel van veiligheid en vertrouwen af. Het laat je hierdoor zelfs beter slapen. Al ga je natuurlijk van andere dingen die doorgaans een knuffelsessie opvolgen ook lekker slapen, trouwens.

Het kan echter wel zijn dat het ‘wetenschappelijke bewijs’ in hetzelfde rijtje ‘bewijs’ als de kaas-, bacon-, en pizzaverslavingen hoort. Een verslaving is tegenwoordig zo in, dat het bijna een verslaving op zich wordt. Onderzoeken van de Northwestern University wijzen uit dat het knuffelhormoon namelijk ook gevoelens van angst kan veroorzaken. Tot nu toe is de enige angst die wij echter hebben, of de knuffelpartner onze erectie niet voelt tijdens lepeltje-lepeltje.

Dus wij knuffelen gewoon lekker door. En dat raden we jou ook aan.